Rasbeschrijving Brits Korthaar

Aan het eind van de negentiende eeuw wordt in Alice in Wonderland van L. Carroll (1865) de Cheshire Cat met het uiterlijk van een Britse Korthaar tabby al beschreven. In diezelfde tijd startten Engelse fokkers, waaronder Harrison Weir, een fokprogramma voor de mooiste straatkatten. In 1871 werden deze voor het eerst tentoongesteld in het Crystal Palace in Londen. Ze werden Brits Korthaar genoemd om ze te onderscheiden enerzijds van de buitenlandse (foreign) en Oosterse katten, en anderzijds van de langharige katten zoals de Angora. Hij is de tegenhanger van de Europees Korthaar van het vasteland van Europa en van de American Shorthair uit de Verenigde Staten. In 1901 werd de British Cat Club opgericht. De eerste Brits Korthaarkatten, die hoofdzakelijk blauwgrijs waren, leken op de Karthuizer. Door deze gelijkenis vonden zoveel kruisingen plaats tussen de beide rassen, dat de F.I.Fe besloot om ze als één ras te erkennen. Maar in 1977 scheidde de F.I.Fe de beide rassen weer en verbood verdere kruisingen. Na de Tweede Wereldoorlog ging men de Brits Korthaar kruisen met Perzische katten om de bouw van de Brits Korthaar wat zwaarder en ronder te maken en het kleurenscala van de vacht uit te breiden. Bovendien werden nieuwe variëteiten, zoals de colourpoint, erkend. In de Verenigde Staten, waar hij werd gekruist met de American Shorthair, werd de Britse Korthaar in 1980 door de C.F.A. erkend. De laatste standaard die door de T.I.C.A. is uitgegeven dateert van 1983. Deze kat is erg populair.

  • Ras afkomst: Groot-Brittannië
  • Andere rasnaam: British Shorthair
De Brits Korthaar is een makkelijke en sociale kat, die zich goed aanpast aan mensen, soortgenoten en honden. Hij is er graag bij, maar gedraagt zich zeker niet opdringerig. Zijn ronde kop heeft al veel kattenliefhebbers overgehaald er een aan te schaffen. De vacht is erg dik en vraagt regelmatige verzorging.

Gemiddeld tot groot. Gewicht: 4 tot 8 kg. Lichaam van het type semi-cobby tot cobby (kort en gedrongen), robuust, krachtig en goed gespierd.
 

Het karakter van de Brits Korthaar

Deze kat, die doet denken aan een teddybeer, is rustig, vrolijk, geduldig, evenwichtig en niet overgevoelig. Hij is met z'n gelijkmatige karakter gemakkelijk in de omgang. Hij past zich net zo goed aan in de stad als op het platteland, waar hij zich een matige jager toont. Tegenover andere katten en honden en is hij sociaal, en vaak levendig en speels. Hij is heel aanhankelijk, maar niet opdringerig. Hij is sterk en het duurt twee tot drie jaar voordat hij volwassen is. Zijn puberteit komt vrij laat. Wekelijks borstelen en kammen is voldoende, maar tijdens de rui, waarbij hij veel haar verliest, is het beter om hem dagelijks te borstelen.

De oorsprong van de Brits Korthaar

De Brits Korthaar is een van de oudste gedomesticeerde kattensoorten. Waarschijnlijk namen de Romeinen de voorvaderen van de Brits Korthaar mee vanuit Egypte naar het huidige Groot-Brittannië. Deze katten vermengden zich vervolgens met de inheemse kattensoorten. De afstammelingen ontwikkelden vanzelf een robuust figuur met een dikke vacht, dat goed bestand was tegen het Britse klimaat. Het uiterlijk van de Brits Korthaar is daarna door de eeuwen heen nauwelijks veranderd.

De Brits Korthaar was al die tijd een gewone huiskat. Pas in de 19e eeuw, toen kattenshows in de mode kwamen, werd de mollige muizenvanger een erkende raskat. Toen er na de twee grote wereldoorlogen minder Brits Kortharen waren,begonnen fokkers het ras te kruisen met Perzen. Hierdoor heeft een deel van de Brits Kortharen nu ook Perzisch bloed.

De Brits Korthaar kwam op haar beurt in de jaren 60 in de lijn van de toen bijna uitgestorven Chartreux (of Karthuizer) terecht. Tot in de jaren 90 werd de Brits Korthaar daardoor ook wel Chartreux genoemd. Vandaag de dag hebben beide rassen weer hun eigen oorspronkelijke naam.

Typisch de Brits Korthaar

De lieve, warme en intelligente Brits Korthaar is erg rustig en gereserveerd, maar houdt van gezelschap. Hoewel ze liever niet wordt opgetild of op schoot zit, is ze een echte knuffel. Op de bank tegen je aan kruipen vindt ze heerlijk.

De Brits Korthaar is vrij zelfstandig. Ze is een kat die zich, als ze voldoende afleiding heeft, prima alleen vermaakt. Tegelijkertijd vindt ze het wel heel gezellig om te gaan waar jij gaat en te zijn waar jij bent. En net zoals de meeste katten vindt ook de Brits Korthaar het niet fijn om te lang alleen te zijn.

De Brits Korthaar staat door haar makkelijke karakter vooral bekend als een typische binnenkat, maar je kunt haar zeker ook als buitenkat houden.

Lichaam

Gedrongen en robuust. Brede borst, schouders en heupen. Goed gespierd.

Hoofd

Rond, breed en massief. Volle wangen. Duidelijk getekende snuit met afgeronde contouren. Korte neus, breed, recht en iets opgetrokken. Een lichte glooiing bij de basis maar geen stop. De lijn van de neuspunt tot de punt van de kin is recht.

Ogen

Grote, ronde, ver uit elkaar staande ogen. De kleur is in harmonie met die van de vacht (koper, donkeroranje, blauw, groen, blauwgroen of verschillende van kleur (odd-eyed)).

Oren

Middelgroot, breed aan de basis, afgerond aan de uiteinden. Tamelijk ver uit elkaar staand.

Vacht

Kort, dicht en iets van het lichaam afstaand. De stevige, pluizige textuur geeft de indruk van een natuurlijke beschermlaag. Dikke ondervacht. Er bestaat ook een Brits Langhaar (British Longhair), deze komt voort uit het te sterk inkruisen van de Perzische kat. In Nederland is deze kat niet erkend. Alle kleuren zijn erkend. Bij de Nederlandse onafhankelijke verenigingen wordt geen onderscheid gemaakt tussen de blauwe Brit en de Karthuizer.

Poten

Kort en massief. Sterke beenderen en spieren. Ronde voeten.

Staart

De lengte is gelijk aan 2/3 van de lichaamslengte. Dik bij de aanzet en iets dunner uitlopend naar een ronde punt.